Algemeen

Een maal per jaar zijn ze te gast in je gemeente: de kermisexploitanten.
De meeste kermisgezinnen zijn reeds sedert vele generaties aan het werk op de kermis.

Het kermisseizoen begint traditioneel met Pasen en duurt tot eind oktober/eind november, terwijl we de laatste jaren steeds meer zien dat kermisexploitanten na het kermisseizoen naar het buitenland vertrekken om daar hun zaken te exploiteren.

De periode dat in Nederland kermissen georganiseerd worden, noemt men het reisseizoen.

Elk jaar moet men vanaf december tot eind februari inschrijven op kermissen waarop men zijn/haar zaken wil exploiteren.

Een spannende tijd, want er moet in 6 a 7 maanden geld verdiend worden voor een heel jaar, want in de winter draait het huishouden van een kermisexploitant(e) gewoon door, moeten de zaken en wagens nagekeken worden en/of gerenoveerd en dit alles kost vele Euro’s.

Niet verwonderlijk dan ook dat veel exploitanten na het Nederlandse kermisseizoen proberen hun zaken in het buitenland te exploiteren of bij de diverse winterkermissen, terwijl anderen zich bezighouden met het bakken van en verkopen van oliebollen e.d.

De kermis verpachtingen.
Het verpachten van kermissen in Nederland kan op 3 manieren gebeuren: openbaar, gesloten of onderhands, maar combinaties hiervan zijn ook mogelijk.

Bij een openbare verpachting schrijven de exploitanten voor een bepaald bedrag in met hun zaken, voor een nader te bepalen datum moeten de inschrijfformulieren dan bij de betrokken gemeente / verpachter zijn ingeleverd en worden de inschrijfformulieren op een vooraf vastgesteld tijdstip geopend en voorgelezen., nog steeds is de regel dat in principe de hoogste inschrijver de standplaats krijgt toegewezen.

De gesloten en onderhandse verpachtingen zijn niet openbaar en weet men niet of de hoogste bieder ook de standplaats heeft gekregen en voor welk bedrag.

Daarnaast wordt er in diverse gemeenten nog meerderjarige contracten afgesloten waarbij exploitanten voor 3 a 5 jaar op de betrokken kermis wordt gegarandeerd, zodoende kan het voorkomen dat exploitanten kunnen jubileren daar men 25, 40 of 50 jaar met hun attractie op dezelfde kermis staat.

De rol van de vrouw:
In een kermisbedrijf werken man en vrouw ( en de kinderen ) samen, heel vaak is het de vrouw die het management verzorgt, zit in de kassa, regelt de werkzaamheden van tijdelijk personeel, verzorgt de administratie en heeft de vrouw ook het grootste aandeel in de opvoeding van de kinderen terwijl ook het gehele huishouden tot haar takenpakket behoort.

De man is daarnaast verantwoordelijk voor de technische en praktische organisatie van het kermisbedrijf, zoals het opbouwen en afbreken van de attractie(s), het overrijden en technische onderhoud van de attractie(s).

Het overrijden gebeurt meestal in de nachtelijke uren, dit i.v.m. de drukte op de wegen en wat vooral in de zomer maanden belangrijk is dat de wegen door hitte niet kapot worden gereden want sommige attracties wegen nogal wat.
De kinderen van een kermisexploitant:
De woonruimte is voor de meeste kinderen van kermisexploitanten beperkter als die van burgerkinderen, alhoewel de grote(re) salonwagens tegenwoordig van alle praktische voorzieningen zijn voorzien.

Menige salonwagen kan met recht een villa op wielen genoemd worden, een ding is zeker, gezien de sterke sociale controle en het feit dat men elkaar regelmatig tegenkomt zijn de banden binnen kermisfamilies zeer hecht, alhoewel ook hier wel eens een flink woord valt.

Door de sterke band onderling worden kinderen van kermisexploitanten al vroeg betrokken bij het reilen en zeilen van het kermisbedrijf van de ouders en nemen deze kinderen meestal een zaak over van de ouders of beginnen zij een eigen kermis zaak.

Het onderwijs aan kermiskinderen:
Daar de exploitanten van dorp naar dorp trekken kunnen de kinderen niet gewoon naar een school om de hoek, maar die kinderen moeten wel gewoon onderwijs kunnen volgen.

In ons land zijn er vierhonderdvijftig leerplichtige kinderen die ouders hebben die een kermisattractie exploiteren, dus hoe gaan die naar school ??

Via de rijdende school, al in 1955 verscheen daar de eerste van, in de jaren erna kwamen er meerdere scholen .

Nu zijn er ongeveer tweehonderd scholen, dus worden kinderen regelmatig naar een rijdende school in de buurt van een kermis plaats gebracht, ook zijn er drie minischolen in gebruik die bedoeld zijn voor plaatsen waar minder dan zeven kinderen zijn.

In de winterperiode bezoeken bijna alle kinderen een vaste school, in Apeldoorn waar veel exploitanten hun standplaats hebben staan dan vier wagens die zomer’s bij de kermissen staan.

Er zijn ook kinderen die niet meegaan met hun ouders en zij genieten continu onderwijs en wonen in internaten of gastgezinnen.

Sinds 1977 experimenteert de Stichting Rijdende School met het begeleiden van leerlingen op afstand, met behulp van email krijgen de kinderen die weinig naar school kunnen gaan toch ondersteuning bij het maken van huiswerkprogramma’s.